Ken je dat: dat één negatief teamlid de hele sfeer beïnvloedt? Die bij alles diep en luid zucht, of op veel reageert met een kritische uitspraak of blik? Je probeert het te negeren, maar dat is lastig. Waar je van sommige collega’s nauwelijks doorhebt wat er bij hen speelt, zijn anderen niet te missen omdat ze op de een of andere manier alle energie innemen. En dat stoort. Dat overkomt veel teams.

Hoe komt het dat we die negatieve gedachten of mensen eigenlijk zoveel ruimte geven? Voelen we ons er beter door? Nee. Presteren we beter? Zeker niet. Slaap je er beter door? Waarschijnlijk ook niet.

Negativiteit zet snel de toon in teams. Eén zucht kan soms meer aandacht krijgen dan tien dingen die goed gaan. Ons brein is daar ook een beetje voor gemaakt: we zijn sneller alert op wat misgaat dan op wat goed gaat. In teams kan dat effect zich makkelijk verspreiden. Voor je het weet gaat een gesprek vooral over wat lastig is, wat niet werkt of waarom iets waarschijnlijk toch niet gaat lukken. Of over wat er allemaal aan de baas mankeert.

Klagen kan ook verbindend werken. Even samen zuchten, een grap maken over wat er allemaal niet deugt, dat geeft herkenning en opluchting. Alleen is het de kunst dat het daarbij blijft. Voor je het weet wordt het de toon van het gesprek of de sfeer op de afdeling. En dat kost energie.

Dat betekent niet dat kritiek of zorgen geen plek mogen hebben. Integendeel. In goede teams worden problemen juist wél benoemd. Maar er is een verschil tussen kritisch meedenken en een sfeer waarin vooral het negatieve de boventoon voert.

Daar ligt een belangrijke rol voor de leidinggevende. Niet door negativiteit te verbieden of altijd maar “positief” te moeten zijn, maar door bewust te sturen op waar de aandacht naartoe gaat en waar energie in gaat zitten. Wat krijgt ruimte in het gesprek?

Teams waarin regelmatig wordt stilgestaan bij wat wél werkt, waar ook kleine successen worden benoemd en waar mensen merken dat hun bijdrage gezien wordt, ontwikkelen een andere dynamiek. Energie groeit, betrokkenheid neemt toe en mensen durven vaker initiatief te nemen.

Positiviteit hoeft daarbij niet groot of overdreven te zijn. Het zit vaak in kleine dingen zoals een vraag naar wat vandaag goed ging, een compliment voor een stap die gezet is, of het bewust benoemen van vooruitgang.

Want uiteindelijk geldt ook in teams: waar je aandacht aan geeft, groeit.

Herken je dit van teams waar jij hebt gewerkt?

Ken je dat: dat één negatief teamlid de hele sfeer beïnvloedt? Die bij alles diep en luid zucht, of op veel reageert met een kritische uitspraak of blik? Je probeert het te negeren, maar dat is lastig. Waar je van sommige collega’s nauwelijks doorhebt wat er bij hen speelt, zijn anderen niet te missen omdat ze op de een of andere manier alle energie innemen. En dat stoort. Dat overkomt veel teams.

Hoe komt het dat we die negatieve gedachten of mensen eigenlijk zoveel ruimte geven? Voelen we ons er beter door? Nee. Presteren we beter? Zeker niet. Slaap je er beter door? Waarschijnlijk ook niet.

Negativiteit zet snel de toon in teams. Eén zucht kan soms meer aandacht krijgen dan tien dingen die goed gaan. Ons brein is daar ook een beetje voor gemaakt: we zijn sneller alert op wat misgaat dan op wat goed gaat. In teams kan dat effect zich makkelijk verspreiden. Voor je het weet gaat een gesprek vooral over wat lastig is, wat niet werkt of waarom iets waarschijnlijk toch niet gaat lukken. Of over wat er allemaal aan de baas mankeert.

Klagen kan ook verbindend werken. Even samen zuchten, een grap maken over wat er allemaal niet deugt, dat geeft herkenning en opluchting. Alleen is het de kunst dat het daarbij blijft. Voor je het weet wordt het de toon van het gesprek of de sfeer op de afdeling. En dat kost energie.

Dat betekent niet dat kritiek of zorgen geen plek mogen hebben. Integendeel. In goede teams worden problemen juist wél benoemd. Maar er is een verschil tussen kritisch meedenken en een sfeer waarin vooral het negatieve de boventoon voert.

Daar ligt een belangrijke rol voor de leidinggevende. Niet door negativiteit te verbieden of altijd maar “positief” te moeten zijn, maar door bewust te sturen op waar de aandacht naartoe gaat en waar energie in gaat zitten. Wat krijgt ruimte in het gesprek?

Teams waarin regelmatig wordt stilgestaan bij wat wél werkt, waar ook kleine successen worden benoemd en waar mensen merken dat hun bijdrage gezien wordt, ontwikkelen een andere dynamiek. Energie groeit, betrokkenheid neemt toe en mensen durven vaker initiatief te nemen.

Positiviteit hoeft daarbij niet groot of overdreven te zijn. Het zit vaak in kleine dingen zoals een vraag naar wat vandaag goed ging, een compliment voor een stap die gezet is, of het bewust benoemen van vooruitgang.

Want uiteindelijk geldt ook in teams: waar je aandacht aan geeft, groeit.

Herken je dit van teams waar jij hebt gewerkt?